Drankslijterijen

Advies van de Vereniging bij wetsvoorstel 2750 betreffende drankslijterijen

Op 29 januari kreeg de Vereniging van de Kamer een vraag om advies bij het wetsvoorstel 2750 inzake de slijterijen van gegiste dranken

Momenteel is voor de opening van een drankgelegenheid een positief advies nodig van de gemeentelijke overheid. Maar de gevallen waarin deze overheid zo'n advies kan weigeren, zijn limitatief opgesomd in de wet van 3 april 1953. Op basis van die wet gaat de gemeente na of de kandidaat-exploitant onder geen geval van uitsluiting valt, maar ze kan daarentegen geen bijkomend moraliteitsonderzoek uitvoeren, wat doorgaans door de politie verricht wordt.

Parlementslid Vincent Van Quickenborne vindt de limitatieve lijst te restrictief. Hij stelt voor de uitvoering van een moraliteitsonderzoek in de wet op te nemen voor de exploitant en zijn naasten die bij de activiteit betrokken zijn. Als dat negatief blijkt, kan de gemeente de aanvraag tot opening van de drankgelegenheid weigeren.

Actie van de Vereniging

 

In haar antwoord van 13 februari schreef de Vereniging dat ze geen bezwaar heeft tegen een moraliteitsonderzoek, te meer daar het goed aansluit bij de geest van de wetgever, die al een moraliteitsattest eist. Dat moraliteitsonderzoek zal de gemeente de mogelijkheid bieden haar verantwoordelijkheden op het vlak van de vrijwaring van de openbare orde doeltreffender op te nemen.

« Terug

Auteur

Marc THOULEN
Publicatiedatum
06-03-2014
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links